Lambert Seijens vond de naam ProSpecieRara eerst een beetje vreemd, “Maar,” zegt hij “toen bedacht ik: het is precies waar ik ook voor ben, Vóór Zeldzame Rassen! ”. Lambert is de tuinder van de Tuinen van Weldadigheid in Veenhuizen. Hij verzamelt en teelt veel bijzondere gewassen. En omdat die rassen zeldzaam zijn en moeilijk te verkrijgen, vermeerdert hij ze zelf. Eén van zijn favorieten is aardappel. “Mijn vader was aardappel-selecteur, ik heb die voorliefde van hem”. Lambert weet dat je alleen een aardappelras in stand kan houden als je heel streng selecteert. Anders is het pootgoed na een paar jaar volledig besmet met virus. Hij heeft een unieke collectie van 100 rassen. Daar zitten veel bij die je niet snel in de winkel zult vinden: Friese Geeltjes uit Berlicum of Drentse Sientjes. Lambert: “Ik vind het geweldig dat ProSpecieRara ook in Nederland begint, want er is nog veel te doen om bijzondere groenten bij het publiek beter bekend te maken. Als er een plantjesmarkt of zadenruilbeurs wordt georganiseerd ben ik van de partij”.

Verena ‘t Hooft is tuindersdochter en heeft veel belangstelling voor planten. Zij teelt samen met haar vader dit jaar voor het eerst zaad van boerenkool Westlandse Winter. Ze wil het liefst selecteur of veredelaar worden. “Het lijkt me mooi werk om planten te selecteren die beter zijn aangepast aan steeds wisselende omstandigheden. Want het klimaat verandert en elke streek heeft zijn eigen kwaliteit. Ik geloof er niet in dat grote zaadbedrijven één ras kunnen maken, dat overal goed is en iedereen wil telen. Daarom wil ik meewerken om een grotere variatie van soorten te maken.” Ze spreekt ook uit ervaring want de boerenkool doet het juist op hun tuin heel goed. Mensen uit de buurt vinden die lekkerder dan die uit de supermarkt. “Over zaadteelt en selectie moet ik nog heel veel leren, daarom is het heel goed dat ProSpecieRara begint”.

Herma Minderhoud houdt al lang van tuinieren en zij heeft op dit moment een kleine moestuin in Den Haag. “Ik word gewoon heel gelukkig van tuinieren”, zegt zij. Documentaires over Ruurd Walrecht (verzamelaar van oude rassen en oprichter van de Oerakker) hebben haar interesse voor zaden gewekt. “Eerst heb ik gewoon van doorgeschoten planten het zaad verzameld, later ben ik me meer in zaadteelt gaan verdiepen. Ik volg nu de cursus zaadteelt van Stichting Zaadgoed en ik doe mee aan de rassentoets. Daarvoor heb ik 25 zaden gekregen van de kroonerwt, een oud erwtenras dat nu niet meer in de handel is. Ik vind het geweldig dat ProSpecieRara nu ook in Nederland gaat beginnen. Hoe meer mensen met zaadteelt bezig zijn hoe beter. Ik wil graag instandhouder worden van een oud erwten-of bonenras en het lijkt me ook heel leuk om met andere moestuinders zaden uit te wisselen”.

Loek Hilgers is al sinds 2006 actief met de teelt van oude graanrassen. Hij is oprichter van Stichting Korensla en tevens bestuurslid van Stichting De Oerakker. “Oude rassen, zoals de twee meter hoge Sintjansrogge, moet je niet in een vriezer in een genenbank opsluiten”, zegt Loek, “maar instandhouden in de omgeving waar zij thuis horen en zich verder kunnen ontwikkelen. Daardoor zijn het geen historische rassen meer, maar levende streekrassen die je ook kan gebruiken voor echte streekproducten.” De oude graanrassen van Loek hebben ook de belangstelling van landschaps-en natuurbeheerorganisaties. Deze rassen zijn eigenlijk een voorwaarde voor een natuurlijk beheer van het cultuurlandschap; ze hebben een positieve invloed op wilde akkerplanten, zoals korensla. “Ik vind het daarom belangrijk dat de oude landrassen meer beschikbaar komen, daar is nog veel werk te doen”.